Nieuws

Hervorming van het bewijsrecht: Boek 8 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek.

6/4/20

Vanaf 1 november 2020 zal de nieuwe wet in verband met het bewijsrecht onmiddellijk van toepassing zijn op alle zaken waar een rechter zijn oordeel nog op moet vellen. (behoudens twee uitzonderingen)

Het nieuw bewijsrecht zal in grote mate de bestaande principes uit de rechtsleer en rechtspraak bevestigen en verankeren in het Nieuw Burgerlijk Wetboek.

Toch zijn er een drie ingrijpende hervormingen waar wij graag uw aandacht op vestigen.

  1. Omkering van de bewijslast (art.8.4 NBW)

Het eerste zal zijn dat de rechter als ultimum remedium de mogelijkheid krijgt de bewijslast om te keren.

Deze ingrijpende maatregel druist in tegen het principe dat een partij zelf het bewijs dient te leveren van de feiten die hij voorhoudt.

De bewijslast omkeren zou bijvoorbeeld mogelijk zijn in een situatie waar het voor een partij onmogelijk is om het bewijs te leveren, maar dit voor de tegenpartij wel mogelijk is omdat deze in het bezit is van een essentieel bewijsstuk.

In deze hypothese zal de omkering van de bewijslast het ultimum remedium zijn aangezien minder ingrijpende maatregelen de voorrang genieten. Zo geldt als eerste regel dat elke partij dient mee te werken aan de bewijsvoering. Tevens kan de rechter een partij bevelen een beslissend bewijsstuk over te leggen.

De bewijslast zal in wezen slechts worden omgekeerd wanneer de rechter in het licht van de uitzonderlijke omstandigheden zou oordelen dat de normaal van toepassing zijnde bewijsregels kennelijk onredelijk zouden zijn.

  1. Uitzondering op de bewijsstandaard (art. 8.5 en 8.6 NBW)

Vervolgens wordt door de wetgever een uitzondering gemaakt op het “zeker bewijs”.

Het bewijs moet in principe met “een redelijke mate van zekerheid” worden geleverd, behoudens uitzonderingen door de wet voorzien.

Deze redelijke mate van zekerheid is een hoge graad van waarschijnlijkheid waardoor de rechter niet meer ernstig aan het tegendeel moet twijfelen.

Het nieuw bewijsrecht zal hier echter twee uitzonderingen op voorzien waarbij het bewijs kan worden geleverd door “waarschijnlijkheid”:

1. Voor het bewijs van een negatief feit, dient het bewijs niet met dezelfde striktheid te worden geleverd. De “waarschijnlijkheid” van dat feit zou volstaat.

2. Hetzelfde geldt voor het bewijs van een positief feit waarvan het wegens de aard zelf van het te bewijzen feit niet mogelijk of niet redelijk is om een zeker bewijs te verlangen.

  1. Gereglementeerd bewijsstelsel vanaf 3.500 € (art. 8.8 en 8.9 NBW)

Tenslotte duiden wij op de drempel voor het gereglementeerd bewijsstelsel die van 375 € wordt verhoogd naar 3.500 €.

In regel is het bewijs vrij.

Het bewijs kan met alle bewijsmiddelen worden geleverd. (door geschrift, getuigen, feitelijke vermoedens, bekentenis en de eed)

Vanaf een rechtshandeling met een waarde van 3.500 € geldt evenwel een gereglementeerd bewijsstelsel.

In het gereglementeerd bewijsstelsel is het bewijs niet meer vrij en kan het enkel geleverd worden doormiddel van een ondertekend geschrift of een bekentenis, eed of begin van bewijs door geschrift voor zover het wordt aangevuld met ander bewijsmiddel (getuigen of feitelijk vermoeden).

Hierbij dient opgemerkt te worden dat het niet de vordering is die een waarde van 3.500 € moet hebben, maar wel de rechtshandeling.

Ter illustratie zal het bewijs in een zaak m.b.t. een voertuig dat voor 3.500,00 werd aangeschaft, maar waarvan de vordering in rechte slechts 1.200,00 € bedraagt, onder het gereglementeerd bewijsstelsel vallen.

Omgekeerd zal een vordering van 10.000 € die voortvloeit uit een rechtshandeling van 3.000,00 € vrij kunnen worden bewezen.

Er gelden evenwel 5 uitzonderingen op de toepassing van het gereglementeerd bewijsstelsel waarvoor wij verwijzen naar de wet (art.8.10-14 NBW).

Besluit

Het boek 8 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek heeft uiteraard nog veel andere interessante aspecten van het bewijsrecht vernieuwd of ingevoerd. Wij verwijzen dan ook verder naar de wet voor elke geïnteresseerde.

Wij kijken er alvast naar uit om de nieuwe wet in de praktijk toegepast te zien.

De impact van de hierboven besproken hervormingen mag niet onderschat worden. Zowel de advocaten als de magistraten staan voor nieuwe uitdagingen.

Ander nieuws

Heeft u een vraag?

Neem vrijblijvend contact op

Bel ons op: +32 (0)11 27 09 30